respect!

Ukkie is een mongool in de onnadenkende, nooit zo bedoelde,  platvloerse betekenis van het woord. Ukkie is geboren uit de witte aanlooppoes waarover ik – is dat alweer anderhalf jaar geleden? – eerder blogde.

Witte poezen zijn vaak doof, leerde ik later. Zo ook Ukkie. Maar dat is niet het enige euvel. Hij is namelijk ook lelijk, lastig en zo’n enorme lul dat wij hem hebben omgedoopt tot Pluk Pleurespoes.

Ukkie is al één keer – naar wij weten – overreden, brak toen zijn linkerachterpoot. Zijn staart brak hij toen hij ermee tussen een dichtslaande deur kwam te zitten. Nou ja, zitten… het was net Tazmanian Devil, de cartoonversie. Dove poezen kunnen wel krijsen, trouwens.

Ukkie is al twintig keer gestikt en gestorven – bijna – in gestolen karbonadebotten en veel te grote stukken kip, doordat wij op hem gingen zitten, door vast te zitten in de vuilnisbak – met zo’n verende klep -, of doordat wij hem probeerden te wurgen nadat hij een volle mand met schone was onder zeek….

Ukkie gooit één keer per nacht ongeveer de complete stereo-installatie van de kast, of in elk geval alle surround-boxjes. En anders wel enkele sierflessen, antieke beeldjes, fotolijstjes…

Wij hebben Ukkie al vele malen buitengesmeten met de liefdevolle toevoeging: ‘En nou opzouten, teringzak!’

Ook de andere aanlooppoezen moeten hem niet, blazen naar hem wanneer hij binnen één meter afstand van hen hompelt – zijn achterpoot is wat raar aangegroeid na die breuk -, waar hij vervolgens niet op reageert, omdat hij dat geblaas nu eenmaal niet hoort en hun rechtopstaande vachten gewoon vindt. Hij ziet er zelf namelijk altijd zo geplukt en wild uit.

Op dit moment ligt Ukkie op twee kussentjes op de bank, net te doen alsof hij normaal is, of lief.

Advertisements
Posted in Uncategorized | 4 Comments

nog niet jarig

Vandaag ben ik oud, koud en brak. Voel me minstens een jaar ouder dan gisteren, als mijn aanstaande schoonzoon binnenvalt wanneer ik net aan het koken ben, met de laptop aangesloten op de muziekinstallatie van mijn zoon en spotify open. En de tuindeuren. En het volume.

In elk geval, vóór alles gehakt, gesneden en geroerd is, zijn we een paar biertjes en wijntjes en een ludieke afspeellijst verder, hebben we al samen op het terras gewalst, zijn er buren komen meedansen en zitten er een aantal kinderen samen met jongste in de tuin een toneelstukje voor te bereiden.

Afijn, alles vraagt om méér, dus als mijn dochter, mijn zoon, mijn ex en een vriend uit hun werk in de herrie stappen, vinden wij het noodzakelijk onze uitbundigheid te verklaren.

‘We vieren mijn verjaardag alvast,’ verzin ik.

Maar wie verzint er nou dat mijn dochter daarop met een uitgestreken gezicht een prachtig ingepakt cadeautje uit haar tas haalt, het mij overhandigt en mij feliciteert alsof ik helemaal niet over tien dagen pas jarig ben?

Posted in Uncategorized | 9 Comments

oude wijven

In één van de naburige dorpen hier is kortelings een nieuwe C-1000 geopend. Dat wist ik al, want één van mijn buurvrouwen werkt er sinds enkele weken, maar bij een stilte aan de plaatselijke bar kan zoiets een welkome aanleiding tot intelligente conversatie zijn, blijkbaar.

‘Ik vinnut een kutzaak, neem me niet kwalijk.’
‘Ja het is niet te geleuven, heb je die koelvitrines gezien? Met van die schuifdeurkes… daar bewaren ze de melk enzo in, he. Stond gisteren wel een man of zes op een rijtje door die ruitjes te gluren. Ik zeg, ‘t lijkt hier wel Artis.’
‘Nee en dan die folder! Gaan ze Aniet d’r op afdrukken. Ik dacht nog, kunnen ze dat nou niet binnenshuis houden.’
‘Ja precies, ‘t is me nogal een zomerkoningin. Poeh.’
‘En ze is ook geen beetje aardig nog es ook he.’
‘Ik zeg toch. Kutzaak.’

Waarop de drie mannen nog eens hoofdschuddend het biertje heffen.

Posted in Uncategorized | 20 Comments

startmotorpacemaker

Er ligt sinds kort een enorme ijzeren … moersleutel is denk ik het juiste woord, voorin mijn auto. Van mijn garagehouder gekregen, bij wijze van startmotorpacemaker. Mijn startmotor hangt namelijk op een dusdanige plek dat je er niet met een gewone hamer op kunt hengsten als hij weer eens een keer dood is. Helemaal niet raar dus, want een mens moet toch wat en iedereen in mijn omgeving weet dat ‘wat’ in mijn geval niet het vervangen van een haperende startmotor is. Zo ook mijn garagehouder. Die optie kwam niet eens ter sprake.

Helemaal niet raar dus, totdat je passagiers gaat vervoeren. Of ik moordneigingen heb, sinds mijn inbraak misschien? Dat ik daar wel iemand flink de hersens mee in kan slaan, of ik een cursus tractorbanden verwisselen volg, of waarom ik zo’n tandenstoker meeneem onderweg… Ik weet niet waar men mij allemaal voor aan ziet, maar een zware ijzeren pijp voorin roept niet het beste in iedereen op, zo blijkt.

Behalve heel af en toe misschien, zoals gisteren toen mijn reusachtige passagier het ding viet als was het een strooitje en zonder vooraf geventileerde vooroordelen vroeg waarom ik dat sleuteltje daar had liggen. Op mijn ‘van Teunis gekregen’, was het antwoord dan ook onmiddellijk: ‘Oh, is dat om je startmotor aan te tikken.’ Helemaal niet zo raar dus, je moet het alleen even zien.

Posted in Uncategorized | 13 Comments

vliegende koeien

‘Stierkalfjes exporteren,’ zei ik, toen mijn zoon binnenkwam en vroeg waar ik mee bezig was. Hij kent mij al wat langer en keek  niet echt raar op, maar enige uitleg was wel op zijn plaats. Dus vertelde ik hem dat ik had beloofd bij tijd over mij eens te verdiepen in de mogelijkheden daaromtrent, en meteen maar dat dat nog niet eens meeviel, want waar moet je als complete veeteeltleek beginnen?

Het veeteeltforum leek me de aangewezen plek, dus liet ik mij daar eerst een poosje uitlachen en vermanend toespreken door diverse boeren.
Boer Bar: ‘Hoezo twee kalfjes per week in een lijnvliegtuig’? Exporteren doe je per 400 tegelijk op een boot.’
‘Ja maar…’
Boer Boos: ‘En dan aan de stewardess een emmer met een speen vragen, zeker?’
‘Nou…’
Boer Bijdehand: ‘Je kan ze beter diepgevroren overvliegen!’
‘Ja, maar dan geven ze geen mest meer.’
Boer Bluf: ‘Nou, als ‘t om de mest gaat heb ik wel een container vol voor je. Of twee kruiwagens per week. Ha!’

Gelukkig wist google het nummer van Schiphol Cargo, waar ik een terzake kundige dame trof. ‘Stierkalfjes? Ach, wat lief!’

Vele vlieghavens, ministeries, voedsel- en warenautoriteiten verder ben ik er nog niet helemaal achter, maar op de goede weg, heb ik de juiste vragen inmiddels aan de juiste personen gesteld en heb ik goede hoop op antwoorden.

In afwachting daarvan ga ik mij nu eens buigen over de regelgeving omtrent het exporteren van champignonmest, mijn tijd is tenslotte nog altijd niet op.

(wordt vervolgd)

Posted in Uncategorized | 8 Comments

en bij nacht, in de kroegen hier…

Van iemand die tot voor een jaar of vijf geleden nog nooit een café van binnen zag heb ik mij vandaag de dag toch tot een aardige barbloem – nou ja, vensterbanksanseveria mag ook – ontwikkeld.

Dat komt zo. Als je beste vriend op een gegeven moment door emigratieplannen in uitvoering thuisloos wordt en na het werk diverse bar- en togen bewoont, dan kom je nog eens ergens. En als je zoals ik zelf een horeca-onderneming hebt gehad, dan kijk je toch weer op een andere manier naar al die etablissementen waar je op visite bent dan de gemiddelde cafébezoeker. Je zit dan zeg maar aan twee kanten van de bar tegelijk.

Zo heb ik de horeca in mijn omgeving van binnen en buiten leren kennen. Al die verschillende – altijd keihard werkende! – mensen in hun al dan niet sfeervolle of prachtige panden met klinkende namen die door mensen hier uit de omgeving bijna niet worden gebruikt en soms niet eens worden herkend, want wie kijkt er nou naar wat er op de gevel staat als hij een biertje gaat pakken bij Wimpie, Maroesjka, Maria, Sofie of Bart of bij ‘de Mous’ om er maar een paar te noemen.

Het gaat dus feitelijk niet om de tap, maar om wie daarachter staat, of stond. En dat laatste is meteen misschien wel het meest opvallend aan deze beschouwing, namelijk dat de naam van je zaak pas weer van belang wordt nadat jij door faillissement of soortgelijk onheil de boel nog één keer hebt aangeveegd en je de deur achter je sloot. Dan word je ineens weer ‘zij van het Kantoor’, ‘die van de Gelagkamer’, of in mijn geval zelfs als door een wonder Marie zelf.

Posted in Uncategorized | 7 Comments

moederdag – in blijde verwachting

Als je in Afrika kippen wilt mesten en eieren verhandelen, moet je natuurlijk eerst broedmachines importeren uit China, zorgen dat deze in het dorpje aan de Maas terechtkomen, waar je op dat moment je laatste schip aan het verbranden bent, zodat je ze daar kunt uittesten, voordat je ze verscheept naar Gambia.

Het was natuurlijk min of meer toevallig, dat vorig jaar het kinderboerderijtje op de camping hier werd opgeheven, waardoor het oude haantje op zijn kalkpoten tussen mijn feministische hennen belandde. Minder toevallig is het – het is tenslotte mei – dat ook deze bejaarde al een aantal weken lentekriebels voelt en inmiddels zover is ingeburgerd dat hij mijn hennen niet alleen met zijn geile kraaloogjes bespiedt maar ze ook regelmatig bespringt.

Logisch gevolg van dit alles is dat wij hier een paar weken een eivrij dieet hielden, teneinde de bevruchte eieren te sparen. Er liggen er nu 71 in, in de broedmachines. Morgen gaan we schouwen en dan hebben we enig idee over hoeveel kuikens er op 24 mei uitkomen.

Ik denk dat ik dan moederdag nog maar eens over doe.

Posted in Uncategorized | 7 Comments